Komende evenementen

De laatste zondag voor Utrecht Marathon

Vanmorgen was de laatste kans voor een lange duurloop voor Utrecht Marathon. (Nou ja, de halve dan, in mijn geval. Nou ja, dit jaar dan, in elk geval.) Voor het mooie had ik die vorige week moeten doen geloof ik, als je een schemaloper bent, maar vorige week zat ik nog in mijn “je motivatie is er dan weer wel maar je benen hebben geen flauw idee meer hoe dat moet dat kilometer vreten” – fase.

Deze week was ik er doordeweeks weer ouderwets drie keer op uit gegaan en liep ik één keer de heerlijkste 10 kilometer van het millenium, en twee keer draaide ik na 5 kilometer benauwd en zwaar hijgend terug: ik kon niet meer omdat ik buiten adem was. Nee, te weinig lucht kreeg. Die 10 kilometer? Toen had ik wel gepuft, die andere keren niet. Het probleem is pijnlijk duidelijk. De grote roze olifant in de kamer is aangewezen. Het is namelijk niet alleen tijdens het lopen. Het is gewoon zo.

Ik ben Wendy, ik ben 47 jaar en ik ben allergisch voor katten. Nou ja, voor veel meer waardoor ik moet puffen, maar katten zijn tegenwoordig het probleem. Want naast twee oude asielzoekers heb ik er sinds december ook nog twee kittens bij. Britse kortharen ook nog, allergisch-technisch gezien een van de lastigste rassen die je kan hebben. En ik wist het wel, heus wel, maar ik wilde het niet weten: als ik niet puf, kan ik niet lopen. Ik heb teveel katten.

Ik weet ook uit ervaring dat ik op den duur een tolerantie opbouw als ik er maar constant aan wordt blootgesteld. Net als de vorige keer jaren terug dat ik ineens 4 katten had. Van 0 tot 4 in een mailtje tijd, zeg maar. Ook toen ging ik half dood van benauwdheid en dat wende ook uiteindelijk en hoefde ik niet meer zo vaak te puffen.

Vanmorgen was de laatste kans voor een lange duurloop voor Utrecht Marathon. En het regende zo lekker en ik weet ook uit ervaring dat de lucht dan zo lekker ademt. Er zit ongetwijfeld niet meer zuurstof in de lucht, maar op de een of andere manier ademt het gewoon fijner als het zo miezert als vandaag. Om 9 uur stond ik buiten bij René’s place midden in de polder. En you can bet your ass that I had gepuft.

En ik liep vanmorgen de heerlijkste 15 kilometer die ik in eeuwen heb gelopen. Zonder blokkade in de longen bij het inademen, zonder het gevoel dat je longen een rietje zijn geworden. Gewoon vrije lucht ademen. En het miezerde zo lekker, soms een beetje harder dan miezeren zelfs. I’m running in the rain, just running in the rain, what a glorious feeling: I’m happy again!

Ik werd onderweg zelfs nog getrakteerd op een “dit heb ik nog nooit meegemaaktje”. Ik dacht oprecht alles al te hebben gezien, op loopgebied. Verklede lopers, lopers op blote voeten tijdens de gevoels -18 graden van twee weken terug, lopers in hoela-rokjes tijdens de Dam tot Dam, lopers die gereanimeerd werden tijdens de halve van Leiden Marathon, lopers die 4 minuten de kilometer lopen in dikke sweat-stof jogging broeken, blinde lopers met hond tijdens de halve van Rotterdam Marathon, you name it, I’ve seen it. Maar vandaag zag ik voor het eerst een loper die op zondagochtend zijn duurloop deed met een petje op en een paraplu. I kid you not: een paraplu op.

Ik besloot te stoppen bij 15 kilometer: mijn benen wilden door en mijn longen ook, maar I’m playing it safe, for now. Ik ga niet als een dom blij ei teveel doen en zo collision course een blessure tegemoet lopen. Na 15 kilometer kwam ik als een volkomen verzopen kat terug bij de poort voor het terrein.

De halve van Utrecht volgende week is mijn. Nou ja, van mij en mijn puffer.


Deel deze pagina